Romeo Feit Nr. 2: Het drama met de hoeven
Wie Romeo kent, weet het: hij is het toonbeeld van pluisheid, rust en knuffeligheid.
Hij kijkt vriendelijk, beweegt in slowmotion en lijkt altijd in zijn eigen kleine wereld te zweven.
Maar wie denkt dat hij zich daarom ook braaf zijn voeten laat geven, heeft het goed mis.
Want Romeo heeft een duidelijke mening over het knippen van hoeven: Nee.
Het probleem is: de teennagels – de hoeven – moeten regelmatig geknipt worden.
En dat kan alleen als het dier stilstaat en rustig het ene been na het andere optilt.
Bij sommigen gaat dat probleemloos.
Bij Romeo? Helaas niet.
Het begint heel onschuldig:
Je nadert hem langzaam, spreekt rustgevend, tilt voorzichtig een been op… en op het moment dat hij doorheeft waar dit naartoe gaat, laat hij zich gewoon vallen.
Niet luid. Niet gehaast. Maar met volledige overtuiging en in absolute consequentie.
Als een natte zak meel.
Als alternatief trekt hij het been ruw weg, staat scheef, draait zich om of drukt zijn hele gewicht gericht richting de grond.
En als je denkt hem toch op de een of andere manier te slim af te zijn geweest, komt er altijd dat typische stapje terug – licht, maar duidelijk:
„Laat. Me. Met. Rust.”
We leggen het hem elke keer opnieuw uit. We beloven snoepjes. We smeken, praten, ademen diep in – en geven dan toch op.
Want bij Romeo helpt geen discussie.
Been geven? Niet met hem.
Ondertussen kijkt hij ons tijdens de hele actie aan met zijn gebruikelijke onschuldige blik.
Volkomen rustig. Volkomen ontspannen. Volkomen medewerkingloos.
En als we dan eindelijk, met moeite en inspanning, de laatste teen hebben gehad, draaft hij tevreden weg.
Rustig natuurlijk.
En waarschijnlijk met de gedachte:
„Ik heb jullie goed opgevoed.”